Het is belangrijk om in deze tijd, met de steeds toenemende stroom van informatie die op je afkomt (e-mail, documenten, webpagina’s etc);

  • snel de belangrijke en minder belangrijke informatie te kunnen onderscheiden;
  • onderlinge verbanden te kunnen ontdekken.

Het goed en snel kunnen onderscheiden van hoofd- en bijzaken kan je tevens helpen tijdens een gesprek met jouw baas of een klant, tijdens een interessante presentatie of als je iets nieuws gaat leren.

Deze vaardigheid is ook essentieel om goed te leren mindmapppen, zowel digitaal als handmatig. Het wordt nog effectiever wanneer je het combineert met andere technieken, zoals snellezen of gesprekstechnieken.

Wat zijn hoofdzaken?

Hoe weet je nu wat belangrijk is en wat de grote lijnen zijn? Dat hangt in grote mate af van je doel, de eisen en je voorkennis.

De tekst die je gaat lezen is natuurlijk met een bepaald doel geschreven, maar jouw doel hoeft niet overeen te komen met het doel van de schrijver. In een studeersituatie heb je bovendien dikwijls te maken met een dubbel doel: wat je zelf wilt met de studiestof en wat de docent  van belang vindt. In het laatste geval heeft je doel direct te maken met de wijze waarop getoetst wordt.

Voordat je een tekst gaat lezen en de hoofdzaken wilt bepalen (om bijvoorbeeld te samenvatten) is het belangrijk jezelf af te vragen wat jouw doel is.

Je kunt in een tekst pas goed de hoofdzaken aangeven als je begrepen hebt waar de tekst over gaat, dus de tekst goed gelezen hebt. Echter, een eerste oriëntatie op een tekst kan je al aanwijzingen geven.

Veel mensen vinden het prettiger om al een globale indruk te hebben waar het over gaat voordat ze echt goed (intensief) gaan lezen. Op basis van een eerste oriëntatie kun je enigszins voorspellen wat de tekst je biedt, wat je ermee wilt, wat er van je verwacht wordt en hoe je de tekst wilt bestuderen.

Bij een boek of artikel helpt het als je:

  • eerst de titel leest,
  • dan de achterflap of samenvatting,
  • dan de inhoudsopgave
  • en dan de koppen in de tekst (en eventuele plaatjes of grafieken).

De essentie

De essentie van een tekst noemen we die zinnen, waarin de kerngedachte wordt weergegeven, ofwel de essentie, de hoofdgedachte of het centrale thema.

Naast de essentie kunnen we de hoofdzaken aangeven; d.w.z. de uitspraken die samen het geraamte van de tekst weergeven om het centrale thema ‘uit de doeken te doen’. de hoofdzaken dienen ook als kapstok om de bijzaken en details ‘aan op te hangen’.

Sleutelwoorden

Wanneer je een tekst gaat lezen dan zitten er in de tekst ook aanwijzingen, zoals signaalwoorden en sleutelwoorden, waardoor je onderscheid kunt maken tussen hoofd- en bijzaken.

De belangrijkste woorden die iets over het thema zeggen heten zogenaamde sleutelwoorden. Sleutelwoorden zijn woorden of woordgroepen die direct te maken hebben met het thema, de titel en het onderwerp van de tekst. De hoofdgedachte is vaak de zin waarin de meeste sleutelwoorden staan.

Signaalwoorden

Signaalwoorden geven vaak een teken dat er iets belangrijks komt. Signaalwoorden verwijzen naar de vorm van de tekst; ze geven aanwijzingen hoe je de tekst moet lezen. Er zijn verschillende soorten signaalwoorden. Zie deze gegroepeerd in de afbeelding hieronder.

Daarnaast zijn er typografische elementen zoals: alinea-indeling, accenten, haakjes, ander lettertype, onderstrepingen, hoofdletters e.d. die eveneens een signaalfunctie hebben.

Vrijwel allemaal hebben we ‘lineair’ leren lezen; dat wil zeggen je begint bij het eerste woord en als je bij de laatste punt bent is de tekst uit.

Maar waar gaat het om bij het lezen en bestuderen van studiestof? Dat je de teksten gebruikt afhankelijk van het doel dat je jezelf stelt en/of de eisen die er aan je gesteld worden.

Ga bijvoorbeeld eens na hoe je een krant of een nieuws-app leest. Zeg je dan ook dat je hem pas uit hebt, nadat je alle beursberichten, alle artikelen en alle advertenties hebt gelezen? Nee, je leest datgene wat je belangrijk vindt, nodig hebt of interessant vindt, de rest sla je over.